Door op 23 maart 2017

De wérkelijke aanpak van het mestoverschot begint bij de aanpak van de intensieve veehouderij zelf

Over het principe van mestvergisting is veel te doen. Vooropgesteld: de PvdA vindt dat er een goede en duurzame oplossing moet komen voor de mestproblematiek. Dierlijke mest levert nitraat- en stikstoffen op die we niet zomaar in de natuur kunnen lozen. Maar het toestaan van grootschalige mestverwerking op agrarische terreinen is niet de oplossing. Initiatieven zoals BioMoer horen thuis op industrieterreinen en niet in de kwetsbare natuur. De werkelijke oplossing is een schaalverkleining van de landbouw. Minder dieren betekenen minder mest. En dat is uiteindelijk beter voor het milieu, voor de diervriendelijkheid en ook voor de mens.

De PvdA is daar klip en klaar in. Extensivering van de landbouw is één van de speerpunten binnen het provinciale beleid van de PvdA en ook in Bergen op Zoom hebben we constant gehamerd op de natuur- en milieuwaarden. Sterker nog. Het buitengebied van Bergen op Zoom staat geen verdere groei meer toe van de veehouderij: het gebied zit wat dat betreft op slot. Daar hebben we als gemeente óók toe besloten.

We gaan even terug in de tijd. Twintig jaar geleden, om precies te zijn. Toen brak in Brabant de varkenspest uit en het leidde tot ruimingen van tal van veehouderijen. We kennen de beelden nog, van de grijpmachines met varkenskadavers, de hermetisch afgesloten terreinen en de mannen in witte pakken met maskers op. Ook andere veeziektes en crises volgden: vogelpest, mond- en klauwzeer en de runderziekte BSE (bovine spongiforme encefalopathie – voor wie weten wat de afkorting betekent).

Deze grootste veehouderijcrisis van de naoorlogse tijd bracht de sector en de politiek in beweging. Er kwam een maatschappelijk ‘omdenken‘. De periode van bulkproductie en groot, groter en vooral meer produceren was voorbij. De samenleving wil een duurzame en bewustere landbouw. En vooral: diervriendelijker.

Het gevolg voor Brabant: de Reconstructiewet. Tussen 2000 en 2010 is Brabant ingedeeld in gebieden waar groei mogelijk was voor de veehouderij (de intensiveringsgebieden) en delen waar minder intensieve (oftewel extensieve) land- en tuinbouw wenselijk is. Dat laatste is vooral het geval in gebieden met kwetsbare natuur.

En dan komen we bij waar het om draait. Het Halsters Laag is zo’n gebied waar we zuinig om moeten gaan met het landschap. Het is de uitloper van de Brabantse Wal met het kenmerkende coulissenlandschap. Open gebied en bospercelen wisselen elkaar af. Uniek, mooi, waardevol. Onze Brabantse Wal is het beschermen méér dan waard. Daarover bestaat, ook in deze raad, geen enkele discussie.

Zolang er een mestoverschot is, moeten we dat maatschappelijk aanpakken. Industriële mestverwerking zoals biovergisting (mest vergisten met toevoeging van plantaardig restaval) biedt zeker kansen. Maar kleinschalige vergisting is niet rendabel. Wil je er iets mee doen dan is clustering nodig.

En dat is nou nét niet wat wij op deze plek in het Halsters Laag willen. Okee, er is een centrale die er staat. Buiten de betrokkenheid van onze raad om geplaatst. Deze heeft een capaciteit van 25.000 en dat is wat ons betreft ook de max. Zoals ze in Woensdrecht zeggen: Non plus ultra. Oftewel: tot hier en niet verder!

Bij de eerdere vergunningaanvraag werden we als raad gevraagd tot hoe ver we willen gaan met doorprocederen tégen de uitbreiding. Een juridische rechtsgang werd als zinloos gezien, zo zei de toenmalige portefeuillehouder, een verspilling van gemeenschapsgeld en ambtelijke uren. Bovendien was toen Roosendaal het bevoegd gezag.

Inmiddels liggen de kaarten compleet anders. Want de rechtsgang, tot aan de Raad van State, is wel degelijk succesvol gebleken.De kaarten zijn herschud en nu moet onze raad in en geheel nieuwe vergunningprocedure besluiten al dan niet een verklaring van geen bedenkingen af te geven.  Daarover dient de raad zich op 30 maart over uit te spreken.

Het mag duidelijk zijn, We hebben alle reden om wél bedenkingen te hebben. Deze staan ook helder verwoord in het raadsvoorstel die het college aan de raad heeft gestuurd: de aantasting van het open landschap, de onwenselijke schaalvergroting en de nabijheid van de Halsterse natuurparel.

En de ontwikkelingen staan niet stil. Inmiddels is ook een actualisatie van de provinciale verordening Ruimte aan de orde. Deze zal medio juni van kracht worden. Deze verordening stelt verregaande voorwaarden aan mestverwerkingsinitiatieven. Sterker nog: de kans is groot dat de verordening van kracht is als GS het definiteve akkoord moet geven en als er géén overgangsrecht komt (waar het naar uitziet) dan gaat het plan so wie so van tafel. De PvdA-fractie is blij dat deze aangescherpte verordening duidelijkheid schept in hoe we met de natuur willen omgaan. Daarmee worden hoofdpijndossiers zoals BioMoer voor de toekomst hopelijk voorkomen.

Samengevat:

  • De werkelijke oplossing van het mestoverschot is voor de PvdA een verdere extensivering van de veehouderij in Brabant. Dat is diervriendelijk en de enige échte oplossing voor het milieu.
  • Uiteraard zijn we voorstander dat de mest die geproduceerd wordt, op een duurzame wijze wordt verwerkt. Dat kan biobased. Maar biobased hoort op een bedrijventerrein en niet in de kwetsbare natuur van onze Brabantse Wal.
  • Het is een feit dat er een centrale staat, die we zelf niet hebben gewild. Maar het feit dat er een centrale is betekent géén vrijbrief om uitbreidingen toe te staan.
  • Ook de actualisatie van de verordening Ruimte geeft aan, dat de provincie met scherper beleid komt.
  • De argumenten die het College aanvoert (natuurparel, schaalvergroting, aantasting open landschap) zijn valide en gelden óók bij het achterwege laten van een vierde silo.
  • We vinden het belangrijk om de actualisatie van de verordening Ruimte mee te wegen bij de besluitvorming. Ook vanwege de zeer reele kans dat deze verordening van kracht is op het moment dat bij GS de finale besluitvorming plaatsvindt.